11 juli 2007

Barcelona

Vandaag is het zover: we gaan op reis. Met we bedoel ik in dit geval Sofia en mijzelf omdat Huib niet mee kan. Hij moet helaas thuis blijven vanwege werk.

Al mijn hele leven kom ik regelmatig in Barcelona. Vroeger gingen we slenteren over de Rambla de Flores, klauterden we op het schip van Columbus en aten we verse sardientjes in de haven. Als het te warm werd zochten we toevlucht in de koele straten van de Barri Gotic en staken een kaarsje aan bij de Christus van Lepanto in de Kathedraal. Of we brachten een bezoekje aan Floquet. Tja, in die tijd was Barcelona nog niet een trekpleister voor toeristen maar was het gewoon een dagje uit voor ons. Meestal waren we in de zomer bij mijn familie en zes weken zwemmen en spelen gaat ook vervelen dus soms gingen we erop uit.
In al die jaren is de stad veranderd, mooier, drukker en groter geworden. Maar nog steeds heeft ze op mij een magische aantrekkingskracht. Het mooiste vind ik haar als je haar ziet vanuit de lucht. Wanneer je over zee komt aanvliegen, zie je haar liggen in al haar schoonheid, verspreid over zeven bergen, schitterend in de zon (en smog, hahaha). Dan voel ik me thuis.

Thuis vanwege al die herinneringen aan vroeger toen we samen met papa en mama door de stad slenterden, herinneringen aan een zorgeloze jeugd met eindeloos mooi weer, lekker eten en een overvloed aan fruit en ijs. Wat wil een kind nog meer.
Vandaag gaan we naar de mooiste stad ter wereld. Gelukkig maar, want twee weken zonder Huib vinden we eigenlijk helemaal niet gezellig.

Labels: ,

17 februari 2007

De Trompetter

Sofia is een boek aan het lezen over de jonge Michiel de Ruyter. In 1623 beleeft deze als zestienjarige een spannend avontuur als het schip, de Honte, waar hij op vaart door de Spanjolen wordt gekaapt. Samen met drie kameraden ontsnapt hij uit de gevangenis in Noord-Spanje en reist hij dwars door Frankrijk pal noord terug naar Zeeland. In die tijd was Nederland in opstand gekomen tegen de koning van Spanje en de Hertog van Alva in het bijzonder. De meeste van ons kennen die periode als de "Tachtigjarige Oorlog'. Het is een spannend kinderboek maar zeker niet kinderachtig. Het vertelt over een kleurrijke periode aan het begin van onze roemrijke 'Gouden Eeuw' die een fundament werd van onze Republiek. Als eerste moderne staat in Europa werden de Provincieen der Nederlanden bestuurd door ambtenaren, niet door een koningshuis. Helaas hebben wij die sublieme staat van gelukzaligheid moeten laten vallen in de nasleep van de Napoleontische Oorlogen. De Engelsen, die immers gewonnen hadden, namen het zekere voor het onzekere en wilden overal in Europa de monarchie als bestuursvorm. De Fransen hadden meer ruggegraat dan de Hollanders en daarom hebben zij nu wel een Republiek en is Nederland verworden tot een parlementaire monarchie. Een gotspe, als je het mij vraagt.
Maar goed, daar hadden we het niet over.

Met deze bijzondere periode in de Nederlandse geschiedenis associeer ik altijd een van de klassiekers van Rob de Nijs: Jan Klaassen, de trompetter! Wie kent het liedje nou niet? Op de site van Rob de Nijs las ik dat dit liedje zijn eerste come-back inluidde; en er zouden nog vele volgen...

Een fragment van het liedje tref je hier aan.

De brilliante tekst van Lennaert Nijgh heeft op mijn geheugen ook een onuitwisbare indruk gemaakt:
"Hij had geen geld en hij was geen held en hij hield niet van het krijgsgeweld
Maar trompetter was hij wel in hart en ziel "




Die Jan Klaassen is niet zo maar iemand; hij komt zelfs voor in de archieven van onze stad. De kibbelpartijen met zijn vrouw Katrien hebben een onuitwisbare indruk gemaakt op de protocollen van de kerkenraad, waar zij tot de orde zijn geroepen in 1706. Wellicht hebben deze twee mensen model gestaan voor de poppenkast verhalen van Jan Klaassen en Katrien.

Voor mensen van mijn generatie is die poppenkast onvergetelijk in beeld gebracht in de "Film van Ome Willem". Een van de favorieten uit mijn jeugd. Deze vuist op deze vuist heb ik zelfs nog met Sofia gedaan en ook zij lacht om de broodjes met poep! Ze zegt dan ook regelmatig dat ik een Cacalaan ben en geen Catalaan.
Ik kan me trouwens ook nog herinneren dat Ome Willem een optreden gaf in de Stadsschouwburg van Sittard en dat ik daar als klein meisje met mijn mama en zusje naar toe ben geweest. Reuze spannend!




Jan Klaasen was trompetter in het leger van de Prins
Hij marcheerde van Den Helder tot Den Briel
Hij had geen geld en hij was geen held en hij hield niet van het krijgsgeweld
Maar trompetter was hij wel in hart en ziel

Het leger sloeg z'n tenten op voor Alkmaar in 't veld
En zolang geen vijand zich liet zien was iedereen een held
De kroeg werd als strategisch punt door 't hoofdkwartier bezet
De officieren brulden:"Jan, kom speel op je trompet!"
Ze werden wakker in de goot in de morgen kil en koud
Maar Jan Klaasen sliep in de armen van de dochter van de schout

De Prins sprak op inspectie tot de majoor van de compagnie
"Ik zag hier alle stukken wel van mijn artillerie.
Ja, zelfs dat kleine in uw kraag en dat blonde in uw bed.
Maar waar zit dat stuk ongeluk van een Jan met z'n trompet
En niemand die Jan Klaasen zag die bij de stadspoort zat
En honderd liedjes speelde voor de kinderen van de stad

Jan Klaasen zei:"Vaarwel mijn lief, ik zie je volgend jaar.
Wanneer de lente terugkomt dan zijn wij weer bij elkaar."
De winter ging, de zomer kwam, de oorlog was voorbij
Maar het leger is nooit teruggekeerd van de Mokerhei
Geen mens die van Jan Klaasen ooit iets teruggevonden heeft
Maar alle kinderen kennen hem; hij is niet dood, hij leeft!

Hij had geen geld en hij was geen held en hij hield niet van het krijgsgeweld
Maar trompetter was hij wel in hart en ziel.
Lennaert Nijgh


De Slag bij de Moockerheijde langs de Maas bij Mook op 14 april 1574 werd een grote nederlaag voor Willem van Oranje. De prins verloor er een leger van 5500 man voetvolk en 2600 ruiterij tegen een Spaans leger van 5000 man infanterie en 800 man cavalerie. De Spaanse troepen zouden een gemakkelijke overwinning hebben behaald doordat de huurtroepen reeds lang niet betaald waren. Zij deserteerden en masse onder het roepen van "geld, geld!". De twee aanvoerders Lodewijk en Hendrik, gebroeders en beiden graven van Nassau, sneuvelden samen met ongeveer 3000 man uit het leger. Aan Spaanse zijde vielen 150 man. (Vrij strakke parafrase van een Wikipedia Artikel). Misschien is de trompetter nog gevlucht samen met de woedende schuldeisers van de prins? "Geld, geld"!" Hij had toch geen geld en hield toch niet van het krijgsgeweld? Hij is niet dood, hij leeft!

Labels: ,

06 februari 2007

Papa

Ik weet nog goed hoe blij mijn papa was toen Sofia geboren was. Zo'n klein wondertje vond hij prachtig. Maar dat kleine vond hij wel een beetje eng. Het was natuurlijk al heel lang geleden dat hij zelf voor zo'n klein ding had gezorgd; mijn zus en ik waren immers al jaren volwassen. Ik vond echter dat hij zijn eerste kleinkind toch moest vasthouden, dus hebben we hem op de bank in de woonkamer geinstalleerd met kussens links en rechts van hem. Gelukkig liet hij zich overtuigen en niet lang daarna zat hij zijn kleine 'patufet' te knuffelen. Sofia vond alles best, die sliep lekker door. Die eerste maand zagen mijn ouders Sofia elke dag, totdat ze terug moesten naar huis.

Regelmatig stuurden we foto's en kletsten we over ditjes en datjes door te telefoon. Wat waren papa en mama blij toen ze ons in oktober zagen. Sofia was inmiddels 10 maanden. Ze was ontzettend ondeugend, scharrelde door het huis van opa en oma en rangschikte alle fruit en groente uit de mandjes andersom. Voor haar fruithapje installeerde mijn vader haar midden op de eettafel en deden ze spelletjes met elke hap. Papa vond het prachtig.
Samen hebben we haar eerste schoentjes gekocht, blauwe met een rood en groen hartje op de zijkant. Vervolgens liepen ze trots met hun kleinkind te wandelen over de Passeig. Daar heb ik wel een paar foto's van die ik later zal plaatsen (we leefden toen in een minder digitaal tijdperk)

Helaas werd papa een paar maanden later heel erg ziek, alweer. Ik was net twee weken met Sofia bij ze geweest en in die periode liep mijn vader iedere dag naar de huisarts. Hij voelde zich niet goed, had allerlei klachten en vanalles werd getest maar de dokter kon niets vinden.

Uiteindelijk werd hij opgenomen in het ziekenhuis. Daar deelde hij de kamer met een naamgenoot, Josep Arenas. In die kleine twee weken dat ze daar samen lagen is een diepe vriendschap ontstaan die tot op de dag van vandaag wordt ervaren.
Tijdens zijn ziekbed spraken en zagen ze elkaar regelmatig. Mijn vader had veel steun aan Josep en Elo. Tot op de dag van vandaag bellen ze mijn mama op om haar, samen met mijn zus en Dilip, uit te nodigen bij hun thuis te komen eten. Dan is het gezellig, wordt er lekker gegeten en gedronken, en gepraat over het leven.
Het heeft mij altijd geimponeerd hoe mijn papa in staat was om vriendschappen te sluiten.

Helaas werd mijn papa niet beter, die laatste week is in mijn geheugen gegrift. Zelfs toen hij wist dat de strijd gestreden was heeft hij niet opgegeven totdat iedereen bij hem was.
Mijn zus was in Nederland en mijn tante zat op Mallorca. Toen hij voelde dat het einde daar was heeft hij eenvoudigweg gevraagd of ze wilden komen. Gelukkig kon mama de ernst van de situatie overbrengen en binnen een dag was iedereen er. Papa was blij dat hij hen zag. Maar 's nachts ging het steeds slechter met hem. Mama en ik waakten bij hem, dat deden we al een paar dagen. De hele nacht vocht mijn vader, maar in de ochtend was het genoeg. Snel belde ik mijn zus en zei dat ze moest komen. Binnen een uur stond de hele familie en al zijn vrienden om zijn bed. De zon brak door en mijn papa ging weg.

Zijn milde karakter, zijn attentheid, dienstbaarheid en humor. Die mis ik het meest. Mijn papa had zoveel liefde voor ons. Hij was een wijze man met geduld, heel rustig, ontzettend volhardend en soms een beetje koppig.
Vandaag is het alweer 8 jaar geleden dat hij is weggegaan en ik mis hem ontzettend. Vaak denk ik aan hem en wat hij van bepaalde gebeurtenissen zou vinden, grapjes, de tuin van Dilip, Sofia etc. Dan denk ik aan hem, zittend op een wolkje met mijn schoonmoeder, en hoop ik dat ze samen daarboven af en toe, onder het genot van een glaasje, naar beneden kijken en ons leven zien.

Labels: ,

20 september 2006

Negen

Eergisteren bracht ik Sofia naar bed. De hele dag is ze druk met spelen, vriendjes en school. Dan heeft ze geen tijd. 's Avonds in bed voor het slapen gaan komen de verhalen. Dingen die gebeurd zijn, dingen waarmee ze zit, waarover ze nadenkt, waarvoor ze bang is. Ze kan niet slapen totdat ze alles verteld heeft. Vaak ga ik dan bij haar liggen en luister. Als ze klaar is wil ze meestal dat ik dingen vertel over vroeger. Gehoorzaam als een kind duik ik in mijn geheugen en vertel haar dingen uit mijn jeugd. Ik was vreselijk bang in het donker, durfde 's nachts niet naar de WC want er zaten zeker krokodillen in die dan in mijn billen zouden bijten op het moment dat ik zou gaan zitten. Ik werd gekweld door nog veel meer van dat soort dingen die een loopje nemen met de fantasie van een negenjarige.
Plotseling moest ik denken aan de logeerkamer van mijn oma in Oss. Ze woonde in een jaren '20 huis aan een drukke straat. Het ouderlijk huis van mijn moeder. Het was een klein Brabants gezin met maar 11 kinderen; en dat in een tijd dat het gemiddelde gezin zo'n 17 telde. Arme oma's...
Maar goed. We gingen regelmatig een weekend naar oma en opa. Het was altijd een gezellige boel met veel ooms en tantes en neven en nichten. We aten samen in de grote keuken waar het altijd heerlijk rook, want mijn oma kon goed koken. Als jong meisje was ze in dienst gegaan, zoals dat toen heette. Op 14-jarige leeftijd begon ze als keukenhulpje van de kok en zo heeft ze het vak geleerd, zullen we maar zeggen.
In tegenstelling tot mijn dochter was ik niet zo'n goede eter. Het meeste vond ik niet lekker. Maar mijn oma maakte altijd mijn lievelingseten klaar en dan at ik mijn bordje goed leeg. De beloning was altijd een kommetje vlaflip. Mmmm.
Na de afwas, waarbij mijn zus en ik mochten helpen, gingen we naar de woonkamer voor het journaal en koffie. We deden spelletjes of lazen een boek terwijl we luisterden naar de gesprekken. Later op de avond kwamen de borreltjes op tafel. Mijn oma dronk advocaat met slagroom en mama lustte wel een boerenjongens. Tegen die tijd moesten we naar bed. Mijn zus vond het altijd oneerlijk dat we samen moesten, want zij was toch wel bijna drie hele jaren ouder.
Het was ook oneerlijk, maar ze moest wel. Want ik was bang van het bovenhuis in het donker. Alles kraakte en rook vreemd en de lampen van het voorbij rijdende verkeer wierpen groteske schaduwen op de muren. Dus ik ging niet alleen, punt uit.
We sliepen in de voorkamer in een lit jumeaux met gesteven lakens en drie wollen dekens. Aan de muur hingen schilderijtjes en de gordijnen lieten het straatlicht binnnen. Een van die schilderijtjes was een pentekening van een oude man met baard. Bij daglicht al een angstaanjagend portret maar met de schimmen van het donker een werkelijke gruwel. Ik ging dan ook alleen de kamer in als het schilderijtje was verwijderd. Dat moest mijn zus doen die heel wat stoerder was dan ik. In bed deden we woordspelletjes, zongen liedjes en maakten grapjes tot we in slaap vielen.

Labels:

01 september 2006

Oude Vrienden

Mijn zus woont nu al weer 2 jaar bij mama. Samen met Dilip, haar vriend, heeft ze daar een nieuw leven opgebouwd. Ik ben heel trots op haar dat ze dat gedaan heeft. En blij, dat mama niet meer zo alleen is.
Dilip is geweldig. Die man kan alles. Hij heeft groene vingers met gouden randjes! In de droogte van de Mediterranee heeft hij twee prachtige tuinen opgebouwd. Een van die tuinen ligt op een stuk grond van Salvador.

Salvador is een verhaal apart. Tot voor kort kenden we elkaar niet. Dilip was met hem in contact gekomen toen hij op zoek was naar nog een stukje grond voor de tweede tuin. Salvador en Dilip konden het meteen goed met elkaar vinden. Hij vroeg hem wat een Surinaams-Hindustaanse man in La Garriga deed. Dilip antwoordde dat zijn schoonvader hier vandaan kwam en dat hij met zijn vrouw hiernaar toe was gekomen. Wie is dat dan? vroeg Salvador. En Dilip vertelde.

Salvador was sprakeloos. De man waarover hij het had was een oude vriend van hem. In hun jeugd hadden ze veel tijd met elkaar doorgebracht. Ook mijn oma kende hij goed. Ze gingen samen groente oogsten of druiven plukken. Mijn vader heeft hij voor het laatst gezien toen die 17 was en afscheid kwam nemen omdat hij weg ging uit het dorp om te werken op een grote boerderij. De tranen sprongen hem in de ogen toen hij hoorde dat mijn vader zijn laatste jaren in La Garriga had doorgebracht zonder dat hij het wist.
En nu is deze oude vriend van mijn vader een vriend van Dilip, Angela, mama en mijzelf. Fijn is dat, als je na zo'n lange tijd nog een cadeautje van je papa krijgt.

En daarom een mooie foto van Salvador, Sofia en mama in de huerto.

Labels: ,

02 juli 2006

Jeugdherinneringen

De laatste tijd moet ik wel vaker aan mijn vader denken. Niet alleen hoe zeer ik hem mis, maar ook aan dingen die we samen deden.
Afgelopen donderdag kwam S. weer met een grote tas terug van haar schooltuinen. Dit keer was het geen andijvie of ijsbergsla. Het waren heuse tuinbonen, wel twee kilo (of meer)! Vrijdagavond zaten we in onze voortuin in het zonnetje na te genieten van de zomerse dag. Een mooi moment om die peulen te doppen. Gezellig kletsend en doppend zaten we daar. En het voelde zo vertrouwd.

Ik weet nog heel goed dat mijn vader vroeger een volkstuintje had en in de zomer moest hij daar vaak naar toe om water te geven, onkruid te wieden en te oogsten. Vele zomeravonden ging ik met hem mee en dan vertelde hij over de planten, hoe ze groeiden en wat ze nodig hadden om sterk en voedzaam te worden. Soms vertelde hij ook over zijn jeugd en waarom hij besloten had om naar het buitenland te gaan. Hij vertelde over de landen waar hij gewoond en gewerkt had; Zwitserland was zijn favoriet. Daar had hij graag willen blijven maar dat mocht helaas niet.

Maar ook op andere momenten vertelde hij over vroeger. Op zondagmiddag gingen we meestal samen met onze hond wandelen. We waren dan zeker anderhalf uur weg, liepen helemaal door de akkers en de appel- en perenboomgaard, langs het spoor tot aan de haven en dan naar huis. Als we nog puf hadden gingen we naar het 'Kasteelpark' in Born. In deze kleine dierentuin vertelde hij alles wat hij wist van de dieren en ik luisterde ademloos; wat wist mijn vader veel!
Maar natuurlijk wist hij dat. En alles wat hij wist had hij zelf geleerd.
Hij was niet opgegroeid in een wereld zoals de mijne. Zijn vader was jong gestorven, verongelukt met paard en wagen. Dat trauma was zo erg dat hij er zelf maar heel zelden over sprak. Daarna kwamen de verschrikkingen van de burgeroorlog. In die tijd raakte mijn oma de familieboerderij kwijt en werd mijn vader bij een oom en tante ondergebracht. Deze kille mensen dwongen mijn vader hard te werken voor weinig eten en als het ze niet zinde kreeg hij een pak rammel! Mijn vader was toen nog geen tien.
Later heeft hij op vele andere boerderijen gewerkt, dieren verzorgd, akkers bewerkt en, zo kwam ik pas 10 jaar geleden achter, in wijngaarden gewerkt. Hij ente de druivenstokken, snoeide en oogste. Je begrijpt dat hij niet de tijd en de mogelijkheid had om naar school te gaan. Hij kon een beetje lezen en schrijven. Maar in de winter zat hij 's avonds altijd met zijn neus in de boeken. Prachtig vond hij het te lezen over planten en dieren en mijn mama kocht vaak boeken voor hem.
Mijn papa was de liefste van de hele wereld.
En ik heb vandaag besloten om regelmatig een verhaal over hem op dit blog te posten.

Labels: ,

24 mei 2006

Kindertijd

Ik heb een uitstapje gemaakt naar mijn kindertijd. Ik verslond toen de boeken van Thea Beckman, Tonke Dragt, Guus Kuijer en Jan Terlouw. En vandaag kwamen S. en ik terug van de bieb met het audioboek 'Oorlogswinter', voorgelezen door Jan Terlouw zelf.
Toen ik klein was zag ik enorm op tegen deze schrijver van mijn lievelingsboeken. Hij was namelijk ook bekend omdat hij in de politiek zat. Ik dacht toen -als kind zie je de wereld soms wat anders dan de volwassenen- dat iemand die zulke mooie verhalen schrijft ook wel verstandig genoeg moest zijn om in de Tweede Kamer te zitten. Natuurlijk had ik geen kaas gegeten van de politiek van D'66 maar ik geloof wel dat deze schrijver een bekwaam bestuurder is gebleken (SG voor een commissie van europesche ministers van ecomie, commissaris v/d koningin en senator in de EK).
Maar goed, S. was heel benieuwd -zelf leest ze Pjotr op het moment- dus toen we vanmiddag ergens heen moesten in de auto wilde ze meteen de eerste cd luisteren, inmiddels zijn we al bij de vierde van vijf cd's.
Oorlogswinter is een kinderboek, bekroond met de gouden griffel in 1973, maar god, wat is dat goed geschreven!
Niet alleen zijn de zinnen goed opgebouwd in een prettig ritme ('t leest lekker weg in hoog tempo), neemt de spanning geleidelijk toe, afgewisseld met een gepaste dosis humor, maar ook het verhaal zelf is prachtig gelaagd. Natuurlijk gaat het over een jongen in de oorlogswinter van ' 44-'45 die langzaamaan verzetsdaden gaat plegen. Het is ook een ontwikkelingsroman, een 'coming of age' met als achtergrond WOII. En tegelijkertijd is het een prachtige historische roman. Weer ben ik gegrepen door het verhaal, dat bij tijd en wijle zeer ontroerend is, soms grappig, maar bovenal herkenbaar. En dat laatste is toch ook weer vreemd: ik heb immers geen enkele oorlog meegemaakt.
Vrijheid, begrijp je, is een zeer zeldzaam en kwetsbaar goed. Niet iedereen is dapper genoeg om hiervoor zijn leven te wagen maar voor de keuze gesteld om menselijk te handelen of om het hoofd af te wenden kiezen vele personages in het boek toch voor het behoud van hun morale welzijn. Dit is misschien niet een accurate weergave van de historische werkelijkheid want de meeste Nederlanders hebben zich immers gedrukt, bang om zelf actief slachtoffer te worden. Toch vertelt het boek overtuigend de boodschap dat het Goede altijd het Kwade zal overwinnen, gesteund door de kennis over de afloop van het hele gebeuren. Dit laatste maakt het een kinderboek; volwassen zijn er al lang achter dat het zo niet werkt in het echt.
Maar het is een prachtig boek dat eigenlijk ieder kind zou moeten lezen al was het alleen maar om te leren dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor de gevolgen van hun handelen.

Labels: